Rol en positie WFZ bij instellingen in de problemen

Geen financiële steunverlening

Het WFZ is niet opgericht voor financiële steunverlening om faillissement van zorginstellingen te voorkomen. Deze rol kan en wil het WFZ ook niet op zich nemen. Een saneringsfunctie voor het WFZ zou niet passen binnen de politiek-beleidsmatige context. Binnen het huidige gezondheidszorgbeleid is staatssteun aan individuele zorginstellingen die in financiële problemen verkeren 'taboe' verklaard. Het kan dan niet zo zijn dat het WFZ in strijd met dit overheidsbeleid zou handelen, en er langs de weg van het WFZ alsnog (indirecte) staatsteun zou worden verleend. Want dit is wat er feitelijk gebeurt als WFZ-garanties (met het Rijk als achterborg) worden verleend.

Ook een eventueel uitstel van aflossingen op geborgde leningen is (mede om deze reden) een onbegaanbaar pad.

Argumentatie

Hierbij is het volgende van belang:

  • Een formeel argument is dat geborgde financiering wordt verstrekt op basis van standaard leningendocumentatie, waarin geen mogelijkheid voor tussentijdse wijziging van de voorwaarden en/of afspraken is opgenomen. De financier die de lening onder WFZ-garantie heeft verstrekt aan de zorginstelling is dus formeel tot niets verplicht en mag er op voorhand ook van uitgaan dat een dergelijke opschorting van betalingen nooit aan de orde komt.
  • Het WFZ heeft hierin geen beslissingsbevoegdheid. Het WFZ verstrekt alleen garantie aan de geldgever, en kan ten principale geen besluit nemen namens die geldgever of waarbij de financiële positie en belangen van die geldgever worden geschaad.
  • Medewerking van het WFZ aan uitstel van aflossingen (als de geldgever hiertoe bereid zou zijn) zou frictie geven met de formele regels waaraan het WFZ zich dient te houden. Immers, impliciet is hierbij sprake van additionele garantieverlening (de financiële risicopositie van het WFZ wordt hierbij impliciet verhoogd, aangezien de borg niet daalt gedurende de periode dat de aflossingen worden opgeschort - waardoor het risico feitelijk toeneemt). Bovendien betreft dit garantieverlening aan een deelnemer die op dat moment niet voldoet aan de WFZ-deelnamecriteria.
  • Praktisch is ook op te merken dat een 'tijdelijke' opschorting van betalingen voor het WFZ een jarenlange doorwerking heeft, op de gehele looptijd van de lening. Bijvoorbeeld: een jaar opschorting op een lening van 20 jaar werkt door tot en met jaar 21. Dit is totaal anders voor een bank of een zorgverzekeraar die een tijdelijke financiële tegemoetkoming doet.

Beperkte speelruimte

Gelet op het principiële karakter van de voornoemde argumenten is de bewegingsruimte van het WFZ uiterst beperkt. In voorkomende gevallen ziet het WFZ enige speelruimte in het meewerken aan het verbeteren van de zekerhedenpositie van banken die bereid zijn tot additionele werkkapitaalfinanciering, door 'in te schikken' op de formele zekerheidspositie van het WFZ (waardoor de bancaire kredietverlening op gelijke rang meedoet in een eventuele uitwinning van het onderpand). Binnen het kader van een bevredigende totaaloplossing van een probleem is dit voor het WFZ niet onbespreekbaar. Voorwaarde hierbij is wel dat er sprake moet zijn van een vertrouwenwekkend toekomstbeeld voor de zorgaanbieder op de lange termijn. Een langjarig commitment van zorgverzekeraars is hierbij onontbeerlijk.